Hoeveel heb je écht nodig om te stoppen?
Alex is net 50 geworden, belegt al sinds zijn 20ste en heeft in die dertig jaar een mooie portefeuille opgebouwd.
Hij is bankier en hij zag zijn job de voorbije decennia enorm evolueren. Door de enorme overheidsbemoeienissen is er eigenlijk geen bal meer aan. Soms heeft hij het gevoel dat hij alleen nog maar met administratie bezig is. Het gaat alleen nog maar over Mifid, KYC, AML, … .
Hij vraagt zich de laatste tijd steeds vaker af of hij niet kan stoppen met werken en leven van het vermogen dat hij heeft opgebouwd.
Laten we eens kijken of dit een realistische optie is?
Financial planners gaan er zo’n beetje vanuit dat je jaarlijks 4% van je vermogen kan “opeten” zonder dat je het risico loopt om tijdens je pensioen zonder geld te vallen.
Het begint dus allemaal met de vraag hoeveel je maandelijks zal spenderen als je niet meer werkt. Sommige kosten vallen weg (vervoer naar je werk bijvoorbeeld), andere kosten (vrije tijd) nemen toe.
Alex denkt dat hij maandelijks €5.000 zal nodig hebben om het leven te leiden dat hij wil.
Van dat bedrag mag hij nog zijn inkomsten in mindering brengen. Zo verhuurt hij nog een studentenkamer voor €500 per maand en hij schreef ooit een boek dat hem nog steeds €300 per maand aan royalty's oplevert.
Het gat dat hij moet dichten, is dus €4.200 per maand. Volgens de regel van 4%, moet zijn portefeuille dus minstens €1,26 miljoen groot zijn.
Maar hoe realistisch is deze formule?
De formule is gebaseerd op het uitgangspunt dat rendementen uit het verleden zich in de toekomst zullen herhalen. Ik heb hier al eens voorgerekend dat dit erg onwaarschijnlijk is.
En eigenlijk moeten we kijken naar reële rendementen. Als onze portefeuille gemiddeld 6% per jaar in waarde stijgt, maar de inflatie -zoals tijdens de jaren ‘70- met twee cijfers wordt geschreven, verliezen we namelijk koopkracht.
En tenslotte houdt deze benadering ook geen rekening met de toenemende vermogensbelastingen, en deze zijn behoorlijk hard aan het oplopen. De beurstaks, effectentaks en meerwaardetaks vreten al snel 1% tot 2% van je vermogen op. Laten we het houden op gemiddeld 1,5% voor een actieve belegger.
Als Alex 4% van zijn kapitaal mag opnemen, maar 1,5% naar de fiscus moet overschrijven, heeft hij eigenlijk maar 2,5% meer over om van te leven. Door de stijgende belastingen zal een portefeuille van €1,26 miljoen niet meer volstaan.
Ik heb Claude dan maar eens aan het werk gezet om via een Monte Carlo-simulatie te becijferen hoeveel kapitaal Alex echt nodig heeft.
De simulatie houdt rekening met een 90% succesratio, gaat ervan uit dat Alex €4.200 per maand nodig heeft tot zijn 85ste. De maandelijkse kosten worden steeds aangepast aan de inflatie zodat de koopkracht overeind blijft.
Ik hou rekening met een gemiddeld netto rendement van 6%. Dat is hetgeen we overhouden na het betalen van alle kosten en belastingen. Ik vind dat eerlijk gezegd nog relatief optimistisch.
Minder optimistisch ben ik voor de jaarlijkse inflatie.
Economen hanteren eigenlijk twee definities voor inflatie. De meeste economen zullen inflatie definiëren als de stijging van het algemeen prijsniveau. Zij meten de inflatie af aan de consumentenprijsindex.
Maar voor iemand zoals Milton Friedman zijn de stijgende prijzen in feite het gevolg van inflatie. De inflatie, dat is de toename van de geldhoeveelheid. Dit komt beter overeen met hoe ik zelf tegen inflatie aan kijk. Voor mij is dat relatief simpel: als er tien keer meer geld in omloop is, zullen de prijzen uiteindelijk ook met een factor tien omhoog gaan.
De geldhoeveelheid in de eurozone steeg met gemiddeld 6% sinds 1980 en dat is het cijfer dat ik voorlopig gebruik. Ook hier heb ik het idee dat die 6% wellicht nog te optimistisch zal zijn. Ik kan me eigenlijk amper voorstellen dat men in de toekomst minder geld zal printen dan in het verleden.
De uitkomst van deze simulatie? Claude geeft aan dat Alex over een kapitaal van minimaal €3 miljoen dient te beschikken om zijn baas de dikke vinger te geven. Dat cijfer ligt toch een heel stuk hoger dan algemeen wordt aangenomen.